Wierookscheepje

From OrnaWiki
Jump to: navigation, search
Jean Pietkin, Wierookscheepje, Luik, Eglise Saint-Jacques, 1654-1688, © KIK, Brussel, cliché A120316

Etymologie

  • < Oudnederlandse werkwoord wien/wiën (waarschijnlijk uitgesproken als ‘wie-uhn’), dat nu nog voortleeft in wijden, « zegenen, heilig maken »
  • < Proto-Germaans raukiz, « rook »
  • < Middelnederlands scepe, datief van schip.

Definitie

Bootvormige houders die soms gedeeltelijk zijn afgedekt met een klep, waarin wierookkorrels worden gedaan voordat ze in een wierookvat worden geschept (AAT).

Hierarchie

Oorsprong en ontwikkeling

Vóór de Karolingische periode is er geen sprake van een specifiek vat om wierook te houden. Het wierookscheepje wordt dan voorgesteld in de vorm van een klein rechthoekig doosje dat wordt vastgehouden door een thurifer-clericus of een thurifer-engel. Pas in de 13e eeuw werd de specifieke vorm van de shuttle vastgesteld.

Typologie

De wierookscheepje heeft de vorm van de romp van een boot. Het staat op een korte voet en wordt aan de bovenkant afgesloten door een vaste metalen plaat en een andere plaat die daaraan scharniert (of door een deksel met dubbele klep). De wierooklepel is soms met een ketting aan de pendel bevestigd.

Andere benamingen

Wierookschuitje

Autres langues
FR navette à encens
EN incense boat
DE Weihrauchschiffchen
IT navetta portaincenso
ES incienso barco

BALaT

De wierookscheepjes (1400-1700) in BALaT

Afbeelding van wierookscheepjes (1400-1700) in BALaT

De wierookscheepjes in de bibliotheek van het KIK

Topstuk

Wierookscheepje van Jan Wynants

Bibliografische orientatie

  • Joseph Braun, Das christliche Altargerät in seinem Sein und in seiner Entwicklung, Munich, Max Hüber Verlag, 1932. 632-642.
  • D. Duret (abbé), Mobilier, vases, objets et vêtements liturgiques. Étude historique, Paris, Letouzey & Ané, 1932, p. 249-250.
  • Glossarium Artis, Faszikel 2, Liturgische geräte, Kreuze une Reliquiare der Christlichen Kirchen - Objets liturgiques, croix et reliquaires des églises chrétiennes, Dokumentationsstelle Tûbingen, Tübingen-Strasbourg, 1972, p. 43.
  • Joël Perrin & Sandra Vasco Rocca (dir.), Thesaurus des objets religieux. Meubles, objets, linges, vêtements et instruments de musique du culte catholique romain. Religions objects of the Catholico Faith. Corredo ecclesiastico di culto cattolico, Paris, Caisse nationale des Monuments historiques, éditions du Patrimoine, 1999, p. 184.
  • Sacraal metaal. Liturgische gebruiksvoorwerpen : betekenis, funktie, evolutie, vorm, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden, Museum voor religieuze kunst, 2 vol., 1984.